Wat doen andere landen in Europa?
NRC 09/04/2003

Inventarisatie vijf EU-lidstaten

Een overzicht van maatregelen die de zuiderburen en vier grote EU-lidstaten hebben genomen ter bestrijding van het terrorisme en vergroting van de veiligheid van de burger.

BelgiŽ

Algemene identificatieplicht. Deze bestaat in BelgiŽ voor iedereen boven de 15 jaar. Iedereen die hier legaal woont, heeft een identiteitskaart die hij altijd op zak draagt. Op vraag van de politie moet die kaart getoond worden. Kinderen onder de vijftien jaar hebben ook zo'n kaart, maar hoeven hem niet bij zich te hebben.

Preventief fouilleren mag onder bepaalde omstandigheden: bij verdenking van wapenbezit, bij deelname aan bijeenkomsten die `een reŽle bedreiging' vormen voor de openbare orde of internationaal verkeer.

Anti-terreurwetgeving is in Belgie niet aangescherpt sinds 11/9. Wel zijn de mogelijkheden verruimd financiŽle tegoeden te bevriezen.

Bevoegdheden van politie- en justitiediensten zijn sinds 11/9 niet uitbreid. Afluisteren mag alleen op gerechterlijk bevel. Het mag alleen bij een vermoeden van zware misdrijven, op last van de onderzoeksrechter - en niet door de staatsveiligheid, en dan nog alleen onder strenge voorwaarden. Voor uitwisseling van informatie tussen politie en veiligheidsdiensten heeft BelgiŽ als een van de weinige Europese landen een wet, en wel sinds 1998. Daarin is precies vastgelegd wie welke informatie met welke anderen mag delen.

Verenigd Koninkrijk

De algemene identificatieplicht, afgeschaft in 1952, is na 11 september2001 niet heringevoerd ondanks een plan daartoe. Er zijn wel plannen voor een verplichte kaart met een sofi-nummer.

Preventief fouilleren kan in het Verenigd Koninkrijk al langer. Alle Britten kunnen op straat zomaar worden gefouilleerd, een praktijk die stop and search heet. De methode is omstreden omdat de politie een voorkeur heeft voor zwarte en Aziatische passanten.

De anti-terreurwetgeving is de laatste tien jaar stapsgewijs aangescherpt, ook om Noord-Ierse terreurgroepen beter te kunnen bestrijden. Het is sinds december 2001 mogelijk potentiŽle terroristen zonder de Britse nationaliteit gevangen te houden zonder proces. Het Verenigd Koninkrijk maakt daarvoor gebruik van een tijdelijke uitstapregeling van de Europese Verklaring voor de Rechten van de Mens. In de zwaarbeveiligde Belmarsh-gevangenis in Zuid-Londen, zaten eind vorig jaar op grond van die wet negen mannen, merendeels uit moslimlanden afkomstig, gevangen. Dat aantal is sinds het zogeheten `ricine-complot' met een onbekend aantal uitgebreid. De regering zegt daartoe gedwongen te zijn, omdat het merendeels gaat om mensen met een asielstatus, die niet kunnen worden uitgezet naar hun land van herkomst, omdat ze daar zouden worden vervolgd en mogelijk gedood. De wet is na een hevige strijd in het parlement en felle protesten van burgerrechtenorganisaties alleen in een tijdelijke vorm aangenomen en wordt eind dit jaar herzien.

Bevoegdheden politie en justitiediensten. Een voorstel van de Britse regering om ambtenaren zonder gerechtelijk bevel alle persoonsgegevens van alle ingezetenen te kunnen laten inzien, de zogeheten Regulation of Investigatory Powers Act (RIPA), is vorig jaar ingetrokken na zware protesten van parlement en burgerrechtengroepen. Zij klagen echter dat de wet geen gelijke tred heeft gehouden met de technologie die dit toch mogelijk maakt. Zo'n duizend Britse instanties kunnen zo burgers bespioneren. Het Verenigd Koninkrijk heeft meer beveiligingscamera's op de openbare weg dan enig ander land ter wereld.

Spanje

Identificatieplicht kent Spanje al sinds jaar en dag. Mogelijk is het een overblijfsel uit de Franco-dictatuur of is het het gevolg van de terreur van de Baskische afscheidingsbeweging ETA. In ieder geval moet de Spanjaard een pasje bij zich dragen met daarop ieders duimafdruk en het zogenaamde DNI-nummer, het nationale identiteitsnummer. Geld halen, betalen met betaalkaart, openbaar gebouw binnengaan: `DNI tonen'.

Preventief fouilleren is officieel niet verplicht, maar het is voor Spanjaarden normaal mee te werken aan fouillering, zeker bij overheidsgebouwen en overige potentiŽle doelwitten van de ETA.

Anti-terreurwetgeving. De straffen op terreurdelicten zijn hoger geworden. Dat stond al voor de 11de september 2001 op het verlanglijstje van de conservatieve regeringspartij. Er is in principe parlementaire overeenstemming om de maximale straf tot 40 jaar te verhogen, zonder mogelijkheid tot vervroegde vrijlating wegens gedrag of anderszins.

Bevoegdheden politie en justitiediensten. De mogelijkheid van het afluisteren van mogelijke terroristen is in Spanje afhankelijk van een justitiŽle goedkeuring. Een rechterlijk vonnis dat vorige week werd geveld in een afluisterzaak in Baskenland bewijst dat dit serieus wordt genomen. De rechtbank veroordeelde twee voormalige directeuren van de Spaanse veiligheidsdienst tot een gevangenisstraf van drie jaar wegens illegale afluisterpraktijken in een zetel van de politieke tak van de Baskische terreurbeweging ETA.

Duitsland

Identificatieplicht kent Duitsland al jaren: de burger moet persoonsgegevens verstrekken aan de politie, hoeft echter geen identiteitsbewijs bij zich te dragen.

Preventief fouilleren mag, maar niet zomaar. Er moet een `zekere verdenking' bestaan.

Anti-terreurwetgeving: Sinds 11 september 2001 werd het voor justitie eenvoudiger gebouwen van religieuze verenigingen binnen te vallen (een uitzonderingsregel die deze verenigingen lange tijd beschermde is in 2001 geschrapt). Ook is het gemakkelijker geworden terrorisme in het buitenland te vervolgen, en buitenlanders die de westerse samenleving bedreigen uit te zetten of een visum te weigeren.

Bevoegdheden politie en justitiediensten: Duitsland heeft in de weken na 11 september 2001 in verbluffend tempo maatregelen getroffen die de strijd tegen het terrorisme moesten versoepelen. Dat de piloten van New York en Washington afkomstig waren uit Hamburg, kon niet zonder gevolgen blijven. De veiligheidsdiensten kregen bijvoorbeeld het recht preventief telefoongesprekken af te luisteren - een zeer gevoelig thema - , e-mails te lezen en informatie uit te wisselen met de politie.

De veiligheidsdiensten kregen ook het recht informatie over personen op te vragen bij banken, telefoonbedrijven en luchtvaartmaatschappijen. Om potentiŽle verdachten te identificeren haalde men de zogenoemde Rasterfahndung weer van stal, het met behulp van computers systematisch doorzoeken van gekoppelde gegevensbestanden. Met deze uit privacy-oogpunt zeer omstreden onderzoeksmethode had men in de jaren zeventig in de strijd tegen het Duitse terrorisme bescheiden resultaten geboekt. Nu leverde het niets op. Inmiddels is de Rasterfahndung weer gestaakt.

Frankrijk

De identificatieplicht kent Frankrijk al sinds 1940. Iedereen die meerderjarig is (16 jaar) moet een carte d'identitť dragen.

Preventief fouilleren mag formeel niet. Er moet altijd een reden zijn iemands kleding te doorzoeken. Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat iemand geen kaartje heeft in de metro. Ook het afkondigen van speciale veiligheidsmaatregelen in bepaalde gebieden kan de politie de bevoegdheid geven mensen te fouilleren. (dit komt heel dicht in de buurt van preventief fouilleren). Een donker uiterlijk kan al tot fouilleren leiden.

Anti-terreurwetten zijn verscherpt, maar dit al sinds 1996. Niet alleen het plegen of beramen van een aanslag is strafbaar, maar ook het deel uitmaken van een groepering waarvan is aangetoond dat ze zich bezighouden met terroristische activiteiten. Het financieren van terroristische activiteiten is door een apart wetsartikel strafbaar gesteld. Ook de samenstelling tijdens het proces is anders. Een normale Court d'assise wordt bemand door rechters, maar ook door een jury van gewone burgers. Bij een terrorisme-proces is dat niet zo.

De rechtspositie van een verdachte terrorist verschilt opvallend van die van een `gewone' verdachte sinds de verscherpte maatregelen na 11 september. Normale verdachten kunnen 24 uur worden ingesloten zonder tussenkomst van de rechter-commissaris. Voor `terroristen' is deze termijn verlengd tot vier dagen. Een advocaat krijgt de verdachte van terroristische activiteiten pas op de derde dag na zijn arrestatie.

Politie en jusitiediensten alsmede het leger zijn veel zichtbaarder op straat aanwezig sinds de aanslagen in de Parijse metro in 1995. Daarvoor geldt het Plan Vigipirate, al in 1981 ontwikkeld ter voorkoming van terroristische aanslagen. Sinds 11 september 2001 was Plan Vigipirate vrijwel steeds in zijn hoogste fase gebracht (renforcť), hetgeen onder meer betekende dat militairen patrouilleren op vliegvelden, trein- en metrostations. `Symbolische' plaatsen in Parijs, zoals de Eiffeltoren, worden extra bewaakt, evenals Amerikaanse en IsraŽlische gebouwen (inclusief desnoods paspoortcontrole voor bijvoorbeeld internationale scholen). Voor scholen en openbare gebouwen geldt een parkeerverbod, soms een samenscholingsverbod.††