Kritiek op minister neemt toe
Het Parool 15/03/2004



ADDIE SCHULTE

Minister Piet Hein Donner van Justitie komt steeds vaker in aanvaring met de Kamer. Hij is niet meer de onaantastbare regent die boven het gekrakeel van elke dag staat, maar juist het mikpunt van kritiek. Precies zoals zijn voorgangers.

De taalkunsten van Donner
 

De burger hoeft zijn identiteitsbewijs niet bij zich te hebben, maar hij moet het wel kunnen laten zien. Raakt hij verzeild in een situatie waarin hij het moet tonen, maar heeft hij het niet bij zich, dan kan dat een boete van 2250 euro opleveren. Deze spitsvondige redenering, die langs de grenzen van de logica scheert, kan alleen maar afkomstig zijn van minister van Justitie Piet Hein Donner. Hij heeft er een sport van gemaakt zijn optreden te verdedigen met dit soort constructies. Hij is er de Kamer tot nu toe meestal te slim mee af, maar het ongenoegen neemt in rap tempo toe. 

Jan Piet Hein Donner (55) bekleedt een merkwaardige positie in het landsbestuur. Hij was in het eerste kabinet-Balkenende de minister met het meeste gezag, die bij zijn aantreden kon bogen op een indrukwekkende staat van dienst. Maar hij ontpopt zich de laatste tijd als een rechtse provocateur, die met genoegen tegen heilige huisjes trapt om te bezien of ze daar wel tegen bestand zijn. Naar zijn mening is dat dikwijls niet het geval. Zo ontstaat de paradox van een behoudende politicus die de boel grondig overhoop gooit.

Voeg daarbij zijn werklust en precisie. Op het ministerie stond hij al snel bekend als de minister die zelfs de voetnoten van ambtelijke nota's leest.

Donner maakt een zeer ernstige indruk. Hier is iemand aan het werk die er diep over nagedacht heeft, dieper dan iemand in zijn omgeving dat heeft gedaan. Dat wekt ontzag. "Ik heb de neiging niet te interrumperen, want ik vraag me af waar de minister op uitkomt," zei CDA-Kamerlid Cisca Joldersma in een debat met haar partijgenoot. Zo'n grote geest val je niet in de rede.

De waardering komt niet alleen van CDA'ers. GroenLinks-fractievoorzitter Femke Halsema zag in hem een geschiktere kandidaat voor de post van minister-president dan Jan Peter Balkenende.

Maar de bewondering is de laatste tijd snel afgebladderd. Zijn status als onaantastbare regent, telg uit een voornaam geslacht van bestuurders, veranderde toen hij zich met de actualiteit ging bemoeien en hij zelf ook meer en meer werd geconfronteerd met de incidenten die het terrein van Justitie eigen zijn. Keer op keer moet hij de laatste tijd naar de Kamer komen om uitleg te geven over een of andere affaire, net als zijn voorgangers Benk Korthals (VVD) en Winnie Sorgdrager (D66).

Veel van die incidenten komen voort uit de activiteiten van het openbaar ministerie. Een uitgelekte brief van de voorzitter van het college van procureurs-generaal, Joan de Wijkerslooth, over de vervolging van een van moord verdachte marinier, was onlangs aanleiding voor een spoeddebat. Met tegenzin deed Donner een kleine toezegging. De regeringspartijen VVD en D66 gebruikten harde woorden voor het beleid van Donner.

Ook de andere functie voor officier van justitie Koos Plooy was aanleiding voor ophef rond De Wijkerslooth en het OM. Ook daar verdedigde Donner de lijn van De Wijkerslooth.

Maar het rumoer blijft niet beperkt tot incidenten rond het openbaar ministerie. De kinderrechters protesteerden met een open brief tegen het beleid, er is gedoe in het gevangeniswezen, waar het ontslag van twee kritische directeuren deze week aanleiding was voor vragen. Het is voor PvdA-Kamerlid Aleid Wolfsen reden om zich af te vragen of er een structuur zit achter al die grotere en kleinere zaken.

Een structurele oorzaak is duidelijk: de controversiele uitspraken van Donner. Het duidelijkst bleek dat uit zijn optreden rond de satire over het koninklijk huis. Donner hield vol dat daar wel degelijk een gevaar in schuilt. "De druppel holt de steen uit," zei hij. Maar het was typisch een onderwerp waaromtrent weinigen zich laten overtuigen. Het is meer geschikt om de eigen achterban te bedienen dan om werkelijk een punt te scoren.

Op dezelfde manier trok hij vuur aan toen hij zich liet ontvallen dat voor allochtonen een andere straf denkbaar is dan voor autochtonen. Later leek hij wat weg te lopen voor die teksten en luidde het verwijt dat de kop van het bewuste dagbladartikel de lading niet dekte.

Het komt in de ogen van Donner vaak voor dat anderen niet begrijpen wat voor hem glashelder is. Dit was het geval bij de brief van De Wijkerslooth over de geweldsinstructie van de mariniers in Irak. Zelf schreef hij een voor buitenstaanders zeer onduidelijke brief over het wegsturen van drugskoeriers zonder dagvaarding, een koerswijziging die werd aangekondigd in een bijzin.

De minister heeft de neiging met altijd lange en soms onnavolgbare betogen de kritiek te pareren. Neem zijn betoog over het bestrijden van terrorisme. Eerst zegt hij het er helemaal mee eens te zijn dat 'de voedingsbodem' van het terrorisme moet worden weggenomen. Een paar zinnen later komt hij uit op de stelling dat 'de voedingsbodem een holle frase' is, zolang niet bekend is wat die is. En misschien is dat wat als voedingsbodem gezien wordt wel wenselijk om een andere reden en moet die helemaal niet worden weggenomen. Van dit soort redeneringen wordt niemand veel wijzer.

Niet ELK betoog is een principiele staatsrechterlijke redenering. De staatsman Donner vindt dat er rekening gehouden moet worden met het gevoel van toegenomen onveiligheid, al wordt dat niet door cijfers ondersteund. "Ik meen wel dat gevoel een graadmeter kan zijn voor beleid. Wij zijn hier immers niet bezig met technocratisch determinisme, maar met politiek," zei hij in de Eerste Kamer. Daarbij komt een eindeloze stroom aan understatements, afgewisseld met zijn stopwoordje 'derhalve'.

Een ander terugkerend element is de relativering. Denk niet dat door de identificatieplicht het vooruit 'spuit' met de veiligheid, hield Donner de Kamer voor. Het was niet het enige zwakke onderdeel van zijn betoog in dat debat. Hoe meer hij over het onderwerp sprak, hoe meer twijfel hij zaaide, vooral bij voorstanders als PvdA en VVD. De gebrekkige verdediging van Donner leidde er zelfs toe dat de ChristenUnie en SGP tegenstemden, partijen die anders misschien te overtuigen waren geweest.

Met een toenemend aantal incidenten, een kritischer gestemde Kamer die een beetje moe begint te worden van de taalkunsten van de minister maar hem wel voortdurend ter verantwoording roept, en een interne organisatie vol onvrede en gerommel, is Donner hard op weg een gewone minister van Justitie te worden.