Plicht tot identificatie is slecht idee
Volkskrant 10/01/2003 door F.J.M. Feldbrugge

De algemene identificatieplicht zal niet leiden tot effectievere misdaadbestrijding, maar wel tot machtsuitbreiding van de politie en verslechtering van de relatie met de burgers, denkt F.J.M. Feldbrugge.

Met een merkwaardige gelatenheid heeft de bevolking kennisgenomen van de plannen van de minister van Justitie om een algemene identificatieplicht in te voeren. De meeste burgers zijn er niet gelukkig mee, maar nemen aan dat het toch onvermijdelijk is en hopen dat het allemaal wel mee zal vallen. Het gemiddelde (toekomstige) Kamerlid zal er ook zo over denken. Het ministerie verwijst op zijn website naar de drie hoofdtaken van de politie: opsporing van strafbare feiten, handhaving van de openbare orde en hulpverle­ning. Alleen voor de eerste taak bestaat nu een algemene identificatieplicht voor personen die zijn staande gehouden of aangehou­den als verdachte. Daarnaast is er een groot aantal bijzondere situa­ties waarin men verplicht kan zijn zich te identificeren; het tonen van het rijbewijs door de automo­bilist is het bekendste voorbeeld.

Voor de handhaving van de openbare orde beschikt de politie over allerlei bevoegdheden, die ook het geven van aanwijzingen en bevelen omvatten. Wie zich daar niet aan houdt maakt zich schuldig aan een strafbaar feit. Hij of zij kan dan direct als verdachte verplicht worden tot identificatie. Voor die taak heeft de politie dus helemaal geen algemene iden­tificatieplicht nodig. Nog minder duidelijk is waarom de politie, bo~ venop haar bestaande bevoegdheden, voor haar hulpverlengingstaak ook nog uit gerust moet worden met een algemenebevoegdheid, zoals nu voorgesteld.

Aan het eind van de toelichting van het ministerie komt de aap uit de mouw: de wettelijke identifica­tieplicht omvat een toonplicht die een plicht tot het permanent dra­gen van een geldig identiteitsbe­wijs met zich mee brengt. Dââr gaat het om: wat de bedenkers van het voorstel eigenlijk willen is dat iedereen zoeen papier altijd bij zich heeft. Waar dat voor nodig is zegt het ministerie niet, maar de voor­afgaande discussie levert wel en­kele argumenten op.

Er wordt op gewezen dat de meeste van dc ons omringende landen al een dergelijke draag-plicht kennen. Dat is op zichzelf geen sterk argument, want waar­om moeten wij hun voorbeeld vol­gen en zij niet het onze.

Een effectievere bestrijding van de criminaliteit zou mogelijk wor­den. Dat is niet erg geloofwaardig. Een beetje crimineel zorgt dat hij een onberispelijk papier op zak heeft. Verder is de Britse crimina­liteitsbestrijding veel doeltreffen­der dan de Franse, en lijkt de Duit­se politie daarentegen weer beter te scoren dan de Nederlandse. Een duidelijk verband tussen alge­mene identificatieplicht en effec­tievere criminaliteitsbestrijding is daarom nog lang niet aangetoond.

Het schamelste argument is dat men zich nu al in zoveel gevallenmoet kunnen identificeren en dat de meeste mensen altijd wel een of ander document op zak hebben. Dan zou men ook het meenemen van geld of bankpas verplicht kunnen stellen.

De voorstanders van de algemene identificatieplicht, of liever ge­zegd de algemene draagplicht, zien over het hoofd dat, hoezeer men het aantal bijzondere geval­len waarin een document getoond moet worden ook uitbreidt, er steeds een kloof blijft gapen tus­sen die situaties en de situatie die nu wordt beoogd. In alle reeds bestaande bijzondere gevallen is de drager van het document de vragende partij, hij wil iets van iemand, en de tegenpartij verlangt dan identificatie.

Langzamerhand wordt zichtbaar waar het echt om draait: machtsuitbreiding van de overheid. De openbare ruimte, het domein van alle burgers, moet aan de macht van de politie worden onderworpen. De voorstanders van de nieuwe regeling zien blijkbaar niet in dat er een hoge prijs voor betaald zal moeten worden in verlies van vertrouwen in, en prestige van de politie. Van de hulpverleningstaak zal weinig overblijven, Want men zoekt niet zo gauw hulp bij een instantie die tegelijkertijd bedreigend is.

Nu tracht het ministerie ons ge­rust te stellen door toe te zeggen dat de politiecontrole op dit punt ook gebonden is aan het criterium van de redelijke taakuitoefening. Helaas heeft de burger niet veel aan die toezegging. Kan ik van de controlerende ambtenaar eisen dat hij mij eerst van de redelijk­heid van zijn vordering overtuigt? Dat lijkt nogal riskant Is er een effectieve sanctie mogelijk tegen een controle die achteraf niet re­delijk blijkt te zijn?

Bovendien, als eenmaal de grote stap naar invoering van een alge­mene identificatieplicht is gezet zijn alle volgende stappen tot aan­scherping ervan kleiner. Nu al prijkt het sofi-nummer op het identiteitsbewijs en het zal niet zo moeilijk zijn om geleidelijk het document met meer gegevens, al of niet elektronisch, op te tuigen. De wetgeversmantra dat het allemaal heel zorgvuldig geregeld zal worden, stelt niet erg gerust.

Naast pure machtsuitbreiding van de politie en onvermijdelijke verslechtering van de relaties tussen overheid en bevolking - naar mijn oordeel het hoofdbezwaar van de voorgestelde regeling  zijn nog andere bezwaren genoemd. Dat het nieuwe systeem discrimi­natie van minderheden bevordert ligt nogal voor de hand. Als de politie niet iedereen kan of wil controleren zal zij een selectie moeten maken; dan richt men zich eerst op mensen die zich op een of andere manier afwijkend gedragen. Willen wij dat allemaal in Nederland?

F..LM. Feldbrugge is jurist.