Brief aan de PvdA Eerste Kamerleden
Eerste Kamer


onderwerp: identificatieplicht
inhoud: Aan de PvdA fractie eerste kamer, afschrift aan GroenLinks en SP 

Betreft wetsvoorstel uitbreiding identificatierplicht.

Bij de plenaire behandeling van de Wet op de uitgebreide identificatieplicht op 10
december, na een eerste ronde kritiek van Kamerleden: 


"Voorzitter. Alle interventies van de verschillende leden zouden mij slechts moeten
dringen tot compactheid, omdat men zegt: hoe meer ik zeg, des te meer raakt men
tegen. Ik kan het dus beter kort houden. Er is nu nog een meerderheid. Ik ga ervan
uit dat, als ik nu zwijg, die meerderheid er nog is. Dan kunnen wij allemaal naar
huis gaan."
 

Het wetsvoorstel werd aangenomen. 




Aan de Eerste Kamer Fractie PvdA


Geachte fractieleden,

Op 16 december december jl. werd door de Tweede Kamer het wetsvoorstel voor een
uitgebreide identificatieplicht aangenomen. Volgens de website van de eerste Kamer
behelst dit voorstel o.a. Een toon en draagplicht voor de burger. Het wetsvoorstel
zoals dat is aangenomen is in strijd met Art.8 EVRM. Er is geen duidelijk aantoonbare
noodzaak voor de invoering van een algemene identificatieplicht, geen ' social
pressing need'. Bovendien bevat het wetsvoorstel structurele onduidelijkheden. 
Tijdens het wetsoverleg van 8 december en de plenaire zitting van 10 december is de
minister er niet in geslaagd overtuigende argumenten aan te dragen om een inbreuk op
de persoonlijke vrijheid van iedereen te rechtvaardigen. Wel kwam de minister met
een aantal zeer ongelukkige voorbeelden die in de richting gaan van oneigenlijk
gebruik.

Voor de PvdA zou het binnensluipen van discriminatie altijd een punt van zorg
geweest zijn. De beperking van de bevoegdheid van politie om 'binnen het kader van
een redelijke taakuitoefening' naar een identiteitsbewijs te vragen, biedt geen
garantie om discriminatie of anderszins oneigenlijk gebruik te voorkomen. Ik wijs op
het simpele feit dat de aanwezigheid van politie in de openbare ruimte betekent dat
zij in functie is. De opgelegde beperking is slechts een politiek en geen
realistisch argument. Er is geen specifieke doelbinding waarvan een werkelijke
beperking uit kan gaan zodat het voorliggende wetvoorstel met recht als algemene
identificatieplicht moet worden aangeduid.

Volgens minister Donner zou het alleen de bedoeling geweest zijn om een toonplicht
in te voeren, de burger moet terstond een identiteitsbewijs ter inzage kunnen geven
aan politie of opsporend ambtenaar. Het woord draagplicht wordt geschrapt maar met
een oneigenlijke constructie alsnog impliciet opgelegd. De sanctie van 2250 euro is
ook onevenredig hoog, het niet willen of kunnen tonen van een identiteitsbewijs is
ook geen overtreding die in verhouding staat tot andere delicten in de openbare
ruimte waarvoor een geldboete van de tweede categorie wel gerechtvaardigd is. De
rechtsbescherming van burgers die niet akkoord gaan met controle en de boete is
onvoldoende.

Er zijn reeds voldoende mogelijkheden om de identiteit van personen te controleren
bij verdenking van een strafbaar feit. Overtuigende argumenten en bewijzen dat
criminaliteitsbestrijding wordt verbeterd met de invoering van een algemene
identificatieplicht ontbreken. Ik wijs u in dit verband op het vergelijkend
onderzoek uitgevoerd door de burgerrechtorganisatie Liberty naar het effect van ID
bewijzen in EU landen cards dat ook bij de PvdA bekend is. Met de introductie van
het pakket antiterrorisme maatregelen door het tweede kabinet Kok werd besloten geen
algemene identificatieplicht in te voeren omdat dit nauwelijks een bijdrage levert
aan criminaliteits en terrorismebestrijding. De ommezwaai die de PvdA heeft gemaakt
op het partijcongres in Zwolle, ligt niet in verlengde van een duidelijke visie maar
is een compromis aan het CDA toen er werd onderhandeld over een regeerakkoord. 

Nu de PvdA in de oppositie is, is het mi. niet politiek noodzakelijk om een
ondeugdelijk wetsvoorstel politiek te steunen. Bovendien is de motie van de PvdA
voor gratis identiteitsbewijzen voor minder vermogenden, verworpen en dan zwijgen we
nog over het feit dat kinderen van 14 jaar met een identificatieplicht worden
opgezadeld. Het zou de PvdA sieren het huidige wetsvoorstel alsnog terug te
verwijzen en op het gebied van veiligheid te kiezen voor een duurzame 'realpolitiek'
waarbij de rechten van onschuldige burgers worden gerespecteerd.

Met vriendelijke groeten, 

Johan van Someren

Bijlage